School met de Bijbel, Venlo periode 1952 - 1960
Home » Biografie » Imre Kortbeek

Imre Kortbeek

Mijn geboorte in 1945: “Hij komt, hij komt!”

Ik ben geboren op 5 december 1945 in het St. Jozef ziekenhuis in Venlo. De nonnen van de kraamafdeling van het ziekenhuis waren die avond tamelijk opgewonden omdat Sinterklaas met pakjes langs zou komen. Ze stonden vol verwachting op de gang naar hem uit te kijken, toen mijn moeder in barensnood riep: “Hij komt, hij komt”, waarop ze terugriepen: “Ja, dat zien we ook wel!”, doelend op de Goedheiligman. Vanaf die allereerste dag heb ik bij mijn verjaardagen op school (maar ook thuis en op mijn werk) nog vaak hinder gehad van deze beste man.


De Venlose tijd van 1944 - 1956

Met mijn oudste broer Bandi groeide ik op in de witte noodwoningen die na de oorlog waren gebouwd aan het Onze Lieve Vrouwenplein. In 1949 verhuisden we naar een eengezins­woning met tuin aan de Gardeniersstraat, waar al vrij snel ons zusje Gita werd geboren. Daarna werd ons gezin nog uitgebreid met onze broer Zoli in 1952 en zus Ilonka in 1954. Bandi (in 1951), Gita (in 1955) en ik (in 1952) gingen naar de School met den Bijbel aan de van Schelbergen­straat aan de andere kant van Venlo.
Imre, Gita en Bandi in 1951 

Ik heb mijn schooltijd als erg leuk ervaren. In de eerste en tweede klas had ik juffrouw van der Biezen, die later naar Voorburg verhuisde. Daarna even juffrouw Colijn en vervolgens in de derde en vierde klas mijnheer Roubos. Mijn speelkameraadjes waren oa. John de Jager (bleef met carnaval altijd thuis), Pietje Siderius (samen sommen maken uit een werkboek waar we dropjes in hadden verstopt), Frans Waisapy (spelen bij de Maas bij het Ambonezenkamp in Blerick) en Nico van den Heuvel (helemaal blut gespeeld met knikkeren). Het schoolrapport uit die tijd heb ik nog altijd bewaard evenals een brief waarin bekend werd gemaakt dat ik een prijs heb gewonnen in een opstelwedstrijd voor de lagere scholen in Venlo.

 

Intussen was mijn vader overgeplaatst naar het PTT-laboratorium in Leidschendam en hij kwam zodoende alleen maar in de weekenden thuis. Voor mijn moeder was dit de reden om in 1956 te verhuizen naar een 4-kamerflat in Voorburg.

De Voorburgse tijd van 1956 - 1966

In Voorburg doorliep ik de (Openbare) van Lodensteinschool en ging ik na mijn geslaagde toelatingsexamen naar het Huygens Lyceum in Voorburg. In de 4e klas bleef ik zitten, maar in mei 1964 slaagde ik voor mijn HBS-B diploma. Ik moest begin 1965 in militaire dienst en heb in afwachting daarvan een paar maanden psychologie gestudeerd aan de Universiteit van Leiden. In mijn diensttijd werd ik opgeleid tot chauffeur en dat had het voordeel dat ik dit papiertje kon inruilen voor een burgerlijk rijbewijs.

Als student in Delft 1966 – 1968

Na mijn diensttijd ben ik Industriële Vormgeving gaan studeren aan de Technische Hogeschool in Delft. Ik ben op kamers gegaan in Delft en had veel plezier met deze leuke studie met vakken als ontwerpen, fotografie, modeltekenen, constructietekenen, materiaalkennis en veel wiskunde. Mijn Propadeuse heb ik nog wel gehaald, maar toen lonkte de liefde.

De Haagse tijd 1968 – heden


Imre en Milia trouwen in 1968
In 1968 ben ik getrouwd met Milia, die als kleuterleidster werkzaam was. Tot op heden is zij nog steeds mijn vrouw. Al gauw werd onze dochter Anouschka geboren en ben ik gestopt met mijn studie. We woonden destijds in bij mijn schoonouders en we vonden dat er nu maar eens gewerkt moest worden om een zelfstandig bestaan op te bouwen. We verhuisden eerst naar een somber flatje in Moerwijk maar na een jaar kregen we een 3-kamerflat in Mariahoeve. Daar hebben we tot 1987 met veel genoegen gewoond. Intussen was ik werkzaam bij de Rabobank en daar kon ik voordelig een hypotheek afsluiten voor het appartement met tuin waar we nu nog steeds wonen in het Bezuidenhout. Onze dochter woont bij ons om de hoek en is vrijgezel zonder kinderen zodat wij nog steeds geen opa en oma zijn.

Aan het werk: 1969 - 2005

De toenmalige Postcheque- en Girodienst zocht in 1969 kandidaten met een HBS-B achtergrond om als computerprogrammeur te worden opgeleid. Na een uitgebreide selectie werd ik met nog 11 mensen uitverkoren om een opleiding tot administratief programmeur te gaan volgen. Na deze opleiding kwam ik terecht bij het befaamde Dr. Neherlaboratorium in Leidschendam, waar mijn vader destijds ook had gewerkt. Bij de Mathematische Afdeling kreeg ik de kans om aan de Universiteit Leiden Wiskunde te gaan studeren. Met behoud van salaris kreeg ik anderhalve dag in de week studieverlof, een riante regeling. In 1974 behaalde ik mijn Kandidaatsdiploma.

 

Het studeren naast een baan en een gezin was mij niet in de kouwe kleren gaan zitten en ik ben met de studie gestopt om weer een beetje bij te komen. Het duurde best lang voor ik mezelf weer een beetje op de rails had. Met behulp van medicijnen, yoga, meditatie en sporten ben ik zodanig uit het dal gekropen, dat ik wel weer zin kreeg in een andere baan:

  • 1976: technisch-wetenschappelijk programmeur bij het Centraal Rekeninstituut van de Universiteit Leiden;
  • 1979: systeemprogrammeur bij de afdeling Onderzoek Automatisering van het Centraal Bureau voor de Statistiek in Voorburg;
  • 1981: chef van de assistentengroep bij de afdeling Statistische Methoden van het CBS;
  • 1985: beleidsondersteunend medewerker bij het Stafbureau Beleidsplanning en –Analyse van het Ministerie van Economische Zaken;
  • 1987: wiskundig analist bij het Centrum voor Toegepaste Wiskunde van Rabobank Nederland;
  • 1993: informatieadviseur bij de afdeling Informatieadvisering van het Directoraat Bedrijfsrelaties van Rabobank Nederland;
  • 1996: hoofd van de afdeling Reporting van Market Risk Control bij Rabobank Nederland;
  • 1997: hoofd van de afdeling Informatievoorziening en Automatisering bij het Directoraat voor Industrie en Diensten van het Ministerie van Economische Zaken;
  • 2004: functie opgeheven door reorganisatie en tijdelijk in een arbeidspool;
  • 2005: configuratiemanager bij directie Informatie & Automatisering;
  • 1 december 2005: met vervroegd pensioen.

Pensionado: 2005 - heden

Het zitten achter de geraniums valt me niet tegen. In het begin was het best wel even wennen voor Milia en mij, want we hadden geen PIZ (Pensioen In Zicht)-cursus gevolgd. We kregen al gauw de zorg voor mijn dementerende schoonvader die in uiteindelijk in 2008 overleed. Kort daarna verongelukte mijn zwager en bleek diens vrouw, Milia’s jongere zus Tanya ongeneeslijk ziek. Tanya overleed na een lange lijdensweg in 2010. Ook onze gezondheid liet wat te wensen over. Ik kreeg in 2006 een nieuwe heup nadat al in 1998 ernstige slijtage aan het gewricht was vastgesteld en ik moest stoppen met hardlopen. En vorig jaar heb ik ten einde raad na de vele pijnaanvallen mijn galblaas laten verwijderen. Sinds begin vorig jaar is Milia ook gaan tobben met hartritmestoornissen en moet daarvoor regelmatig naar de Trombosedienst voor controle.


2012 Fietsvakantie in Nederland

 Maar het pensioen heeft ook leuke kanten. In en om het huis zijn altijd vele klussen te doen. Ook zorg ik al zo’n 20 jaar voor de administratie van onze Vereniging van Eigenaren. Verder ben ik actief binnen mijn trimclub Clingendael, waar ik ruim 13 jaar secretaris ben geweest. Voor de vele nevenactiviteiten heeft de club er in 2009 voor gezorgd dat ik een ridderorde kreeg opgespeld. Ook ben ik nog vrij fanatiek met fietsen. Ik rijd regelmatig een trainingsrondje door de duinen of in de polder van het Groene Hart. Sinds 1990 houd ik elk jaar een fietskampeervakantie met mijn tentje.

Een andere hobby waar ik nu wat meer tijd voor heb, is het tekenen en schilderen. Op de middelbare school is het zo’n beetje begonnen met het tekenen van stripverhalen en het illustreren van de schoolkrant. In mijn werkzame loopbaan heb ik menige baas of collega geportretteerd, in een vaak humoristische setting. Van de ruim 200 tekeningen heb ik nog slechts de kleurenkopieën. Elke tekening bevat een schat aan symbolen die de betreffende persoon karakteriseren. Sinds juni 2011 ben ik met acrylverf op doek portretten gaan schilderen. Omdat ik zo vaak karikaturen van mensen heb gemaakt, gaat mij dat redelijk gemakkelijk af.

Ik verheug me er zeer op om na zo’n 57 jaar al die klasgenoten weer eens te ontmoeten bij deze reünie van de School met den Bijbel.

Imre Kortbeek

Den Haag, 10 november 2012